Armoede op school

Terwijl onderwijskoepels en politieke partijen ruzie maken over eindtermen en over vrijheid van onderwijs, terwijl de hervorming van het secundair onderwijs niet lijkt te lukken en terwijl de organisatie van inclusief onderwijs in de soep draait, zijn er duizenden gezinnen die in armoede leven en niet weten hoe zij de volgende weken de hoge schoolrekeningen zullen kunnen betalen.

Met het begin van het schooljaar breekt voor heel wat ouders weer een dure periode aan. Er moet nieuw schoolgerief gekocht worden en spoedig komen ook de eerste schoolrekeningen: voorschotten, aankoop van dure (invul-) boeken, kopieerkosten e.d. En in sommige scholen zelfs ‘huurgeld’ of ‘boterhammentaks’ voor het gebruik van de refter of de betaling van het middagtoezicht. Wat later volgen culturele activiteiten, uitstappen e.d. Volgens berekeningen van de Gezinsbond en van Testaankoop kost een schooljaar in de kleuterschool gemiddeld 313 euro per jaar, in de lagere school 406 euro en in het secundair onderwijs 1 310 euro. (Zie www.gezinsbond.be/mijnkindduurkind – cijfers augustus 2017). Daarbij zijn richtingen in het technisch onderwijs en vooral in het kunstonderwijs duurder dan aso en bso. Het kunstonderwijs is 27 procent duurder dan het beroepsonderwijs. Binnen die onderwijsvormen zijn er nog eens ‘dure’ en ‘goedkope’ studierichtingen. Vooral de schooluitrusting neemt een grote hap (cijfers uit 2008):

cijfers in bijgevoegde foto 2

Maximumfactuur

In het basisonderwijs heeft men in Vlaanderen (nog niet in het Franstalig onderwijs) geprobeerd de kosten te beperken door de invoering van de maximumfactuur. Materialen en activiteiten die strikt noodzakelijk zijn voor de eindtermen en ontwikkelingsdoelen zijn gratis. De school kan daar geen bijdrage voor vragen. Ook zwemlessen moeten gedurende één schooljaar gratis zijn. Voor alle andere diensten die een basisschool aanbiedt (uitstappen, sportactiviteiten, specifiek materiaal zoals een bepaald tijdschrift of een bepaald type map) geldt de zgn. ‘scherpe’ maximumfactuur: 45 euro in het kleuteronderwijs, 85 euro in de lagere school. Voor meerdaagse uitstappen (zoals zee- en bosklassen) geldt een aparte regeling, waarbij het bedrag gespreid over de volledige duur van het lager onderwijs niet meer dan 425 euro mag bedragen (jaarlijks geïndexeerde bedragen). Alle andere diensten die scholen nog kunnen aanbieden zoals buitenschoolse kinderopvang, middagtoezicht, maaltijden, drankjes, schoolbus, sportaanbod of lessen Frans na schooltijd (en waarvan je naar eigen keuze al dan niet gebruik maakt) vallen buiten het systeem van de maximumfactuur.

In het secundair onderwijs bestaat geen lijst met kosteloze materialen, noch een maximumbedrag voor de bijdragen van de ouders. Scholen moeten wel een bijdrageregeling uitwerken en de ouders vooraf informeren over de te verwachten kosten. Vanuit verschillende hoeken wordt er wel gepleit voor de invoering van zo’n maximumfactuur in het secundair onderwijs (o.a. de kinderrechtencommissaris, Groen en SP.a). Bij CD&V is parlementslid Kathleen Helsen wel voor, maar minister van Onderwijs Hilde Crevits maakt voorbehoud.

In de praktijk blijkt dat de regeling van de ‘maximumfactuur’ vaak wordt omzeild. Met schoolfeesten, wafelenbak en mosselfeesten, ‘vrijwillige bijdragen’, tombola’s e.d. wordt toch weer van de ouders verwacht dat ze in de portemonnee tasten. En ouders houden hun kinderen niet graag thuis van allerlei parascolaire activiteiten zoals bosklassen e.d.

Gemiddeld genomen worden 10 procent van de schoolrekeningen niet betaald. Scholen proberen toch onbetaalde rekeningen te innen, soms via afbetalingsplannen, vaak echter ook via incassobureaus of met andere drukkingsmiddelen.

Een leraar getuigt: In mijn school ontvangen we elk trimester samen met de uit te delen rapporten van de boekhouding ook de facturen van onze leerlingen. Wat me de laatste keer enorm opviel was dat naast de actuele facturen ook een groot aantal leerlingen aanmaningen ontvingen van nog openstaande facturen waarvan sommige zelfs nog van het vorige schooljaar. Wie bij het begin van het nieuwe schooljaar nog uitstaande facturen heeft, krijgt geen boeken. De leerling moet zich dan maar behelpen met (ook weer dure) fotokopies.

Sommige scholen trachten via het project 'Samen tegen onbetaalde schoolfacturen' (in samenwerking met Welzijnszorg, het Vlaams Netwerk tegen armoede, de onderwijskoepels, de koepels van de ouderverenigingen, SOS Schulden op School, CERA, MyTrustO) op een menswaardige manier een oplossing te vinden. Scholen worden via dit project begeleid door een medewerker vanuit de armoedesector en de eigen regionale pedagogische begeleidingsdienst.

Vorig jaar lanceerde Testaankoop al een actie voor samenaankoop van schoolgerief, tegelijk met een petitie voor gratis onderwijs. Recent werd door de SP-a coöperatieve SamenSterker in Limburg en West-Vlaanderen ook een project opgezet om via samenaankoop van schoolmateriaal de hoge kosten te drukken. Maar middenstandsorganisatie Unizo vond dit niet leuk. Voor hen ging het om ‘oneerlijke concurrentie’, ‘dumpinginitiatieven’ en ‘het kapot maken van het lokale sociale weefsel’.

Echt gratis onderwijs

Scholen kunnen proberen aandacht te hebben voor de armoedeproblematiek. Ze kunnen initiatieven nemen om de kosten te drukken en/of te spreiden. Scholen kunnen aangespoord worden om randkosten (reftergeld, toezicht) te beperken. Maar uiteindelijk blijven dit allemaal nep-oplossingen. Ze bieden geen echt antwoord op de hoge kost van het onderwijs. Zowel de grondwet als het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind stellen nochtans dat onderwijs gratis moet zijn. Tot nu toe werd dit in België steeds begrepen als ‘kosteloze toegankelijkheid’ van het leerplichtonderwijs, dus geen inschrijvingsgeld.

Echt gratis onderwijs kan alleen maar als de scholen voldoende middelen krijgen om hun doelstellingen te realiseren en als ouders voldoende hoge studietoelagen en kinderbijslag krijgen om alle onderwijskosten daadwerkelijk te dekken. Nu wordt het tekort aan werkingsmiddelen voor de scholen via de schoolfactuur gewoon doorgerekend aan de ouders. Voor de PvDA is volledig gratis onderwijs een prioriteit. Alle leermiddelen en verplichte activiteiten in het leerplichtonderwijs moeten gratis zijn. Ook gezonde maaltijden en voor- of naschoolse kinderopvang zouden kosteloos moeten zijn.

Redactie: Basisgroep Onderwijs Vlaams-Brabant