Dit belooft 2017 in het onderwijs

Bij het begin van een nieuw jaar maken we de balans op van het vorige. En we kijken vooruit naar wat eraan komt in 2017. Een hele boterham. We zullen met zijn allen langer en harder moeten werken voor een lager pensioen.
 

Langer werken

COC berekende dat een leraar die in 2002 40 jaar was, toen het bericht kreeg dat hij nog 18 jaar moest werken i.p.v. 15. Tien jaar later komen er 2 jaar bij en in 2015 nog eens drie jaar. In 2002 dacht hij nog dat hij in 2017 kon stoppen. Nu weet hij dat hij tot 2025 zal moeten doorwerken. Zie: Tour de France van drie naar vier weken.

  • In oktober 2016 maakte de federale regering bekend dat het systeem van de zgn. voordelige ‘tantièmes’ zou afgeschaft worden. Dit betekent dat voor sommige categorieën ambtenaren (onder wie de leraren) tot nu toe elk gewerkt jaar voor 1,05 jaar telde om te berekenen wanneer men op pensioen zou kunnen gaan (de zgn. pensioennoemer 55) . Voortaan zou elk jaar maar voor één jaar tellen, behalve voor de zgn. ‘zware beroepen’. Men zal dus nog eens langer moeten werken om aan een volledige loopbaan te geraken, die recht geeft op pensioen. In de zgn. ‘pensioencommissie’ die moet uitmaken wat een ‘zwaar beroep’ is geraakt men er echter niet uit. Volgens recente persberichten zou de afschaffing van de ‘voordelige tantièmes’ voor leraren, politiemensen en militairen pas ingaan vanaf 2019 en zouden de jaren daarvoor nog volgens het oude systeem meegeteld worden. Beginnende leraren zullen dus onder het nieuwe nadelige systeem blijven vallen.

Tussendoor werd ook nog de gewone loopbaanonderbreking afgeschaft vanaf 2 september 2016. Alleen voor een LBO met motief (palliatief verlof, verzorging ziek inwonend familielid, volgen van een opleiding) kan men nog een uitkering krijgen.

Ook de loopbaanonderbreking vanaf 55 jaar (met uitkering en behoud van pensioenrechten) werd afgeschaft. Kan nu alleen nog zonder uitkering.
 

Een lager pensioen

Vroeger werd het pensioenbedrag berekend op basis van de wedde van de laatste vijf jaar. Onder de regering Di Rupo werd dit al op het gemiddelde van de laatste 10 jaar gebracht. En de huidige regering heeft de intentie dit verder naar beneden te duwen door te gaan berekenen op een periode van 20 jaar of op basis van het loon van de volledige loopbaan.

Zelf betalen voor je pensioen?
De regering wil ook de diplomabonificatie afschaffen voor de berekening van het pensioenbedrag. Om te kunnen les geven heb je een diploma nodig. De jaren die je hiervoor moest studeren telden tot nu toe mee om je pensioenbedrag vast te stellen. De regering wil dit afschaffen, maar wel de mogelijkheid voorzien om deze jaren toch te laten meetellen voor het pensioenbedrag, mits men ervoor betaalt. Iedereen zal dus de afweging en de berekening moeten maken wat voor hem /haar de voordeligste regeling is.

De Minister van Pensioenen wil in de privésector ook de “gelijkgestelde periodes” afbouwen. Dit betekent dat periodes waarin men niet werkte ( ziekte, werkloosheid, ….) niet langer allemaal zullen meetellen voor de berekening van het pensioenbedrag. Voor leraren met een gemengde loopbaan (deels in privé, deels in onderwijs) heeft dat natuurlijk ook zijn gevolgen.
 

Meer zieke leraren

De steeds toenemende werkdruk in het onderwijs (o.a. door de invoering van het M-decreet) zorgen er ondertussen voor dat steeds meer leraren ziek worden. Het gemiddeld aantal ziektedagen in het Vlaamse onderwijs is in 2015 gestegen naar 16,35 dagen, tegenover 14,89 dagen in 2014.

  • Leraren kunnen nu per gewerkt jaar 30 dagen ziekteverlof ‘opsparen’. Dat betekent dus dat men bij langdurige ziekte deze ‘spaarpot’ kan aanspreken om toch zijn loon doorbetaald te krijgen. Het risico bestaat dat de Vlaamse regering deze uitgangspoort voor langdurige zieken zal sluiten door het aantal dagen gecumuleerd ziekteverlof tot bv.150 dagen te beperken.
  • Bij langdurige ziekte kan een leraar nu om medische redenen definitief medisch ongeschikt worden verklaard. Hij wordt dan ‘ambtshalve op pensioen’ gestuurd jaren voor de wettelijke pensioenleeftijd, met een bedrag dat afhangt van de loopbaan. Ook dit systeem wil de regering beperken en mensen sneller - desnoods deeltijds – opnieuw aan het werk zetten.
     

Meer en harder werken

In de loop van 2017 zou het loopbaandebat moeten afgerond worden . Bedoeling is dat de loopbaan van een leraar aantrekkelijker zou worden. Wat de onderwijskoepels nu naar voor schuiven is echter voor het secundair onderwijs niet hoopgevend:

  • Ze willen alle leraren in het secundair onderwijs een opdracht geven van 22 lesuren per week. (behalve de praktijkleerkrachten die er nog altijd méér zouden moeten kloppen). Dit betekent voor alle leraren in de derde graad en voor velen in de tweede graad een werkduurverlenging met 5 à 10 % en dat voor hetzelfde loon.
  • Bovendien willen ze die arbeidsduurverlenging inpassen in een algemene schoolopdracht van 38 u/week. 22 lesuren zouden dan vermenigvuldigd worden met factor 1,5 (= 33u) en daar naast kunnen dan nog 5 u extra taken komen.
     
    • Op dit ogenblijk zijn op basis van CAO VIII (2006) de extra-taken (boven op het lesgeven, zoals klassenraden, oudercontacten, para-scolaire activiteiten, toezichten, …) in de meeste scholen al duidelijk onderhandeld, afgebakend en min of meer leefbaar. Een schoolopdracht van 38 u zet de deur wagenwijd open om de taakbelasting van leraren nog verder te laten toenemen. Boven op de 22 lestijden kan men dan immers heel wat nieuwe extra-taken aan de leraren opleggen.
    • Het verhogen van de lesopdracht zou ettelijke miljoenen besparen op de loonmassa en heel wat jobs doen verloren gaan (3 500 volgens ACOD-onderwijs). Vooral het katholiek onderwijs hoopt een deel van dat geld te recupereren als compensatie voor de huidige besparingen op de werkingsmiddelen.
       

Tijd voor actie

Ondertussen doen heel wat schoolbesturen, vooral in het katholiek onderwijs, alsof het loopbaandebat al zou beklonken zijn en alsof iedereen meer lesuren zou moeten presteren en een weekopdracht van 38 u krijgen.

En de vakbonden beseffen dat actie hoog nodig is. Al in november 2016 noemde COC acties onvermijdelijk. Ondertussen startten de vakbonden een informatie- en mobilisatiecampagne die zou moeten uitlopen op acties in de komende weken en maanden.
 

PVDA pleit voor:

Herfinanciering van het onderwijs. Via de invoering van de miljonairstaks (jaarlijkse opbrengst 8 miljard euro) kan 1,6 miljard euro extra in het (Vlaams en Franstalig) onderwijs worden geïnvesteerd:

  • De aanwerving van 25 000 extra leraren in basis en secundair onderwijs
  • De bouw van 50 nieuwe scholen per jaar
  • 300 miljoen te investeren in het hoger onderwijs

Met 25.000 extra leerkrachten kan men de kwaliteit van het onderwijs en van de job als leraar gevoelig verbeteren:

  • Kleinere klassen (max 15 leerlingen in de kleuterklas en in de eerste twee jaren van het lager; daarna max 20 leerlingen in het leerplichtonderwijs).
  • De invoering van een vervangingspool: werkzekerheid voor alle leraars met een vereist diploma, snelle vervanging van zieke leerkrachten (minder verloren lestijd) en co-teaching in moeilijke klassen tijdens de periodes dat er geen vervanging nodig is.
  • Goede aanvangsbegeleiding voor beginnende leraren. Minder zware lesopdracht en mogelijkheid tot mentorschap.
  • Uitgroeibanen voor oudere leerkrachten (minder lesuren op 50, op 55 en op 60 jaar), naar het voorbeeld van de social profit (witte woede).

Pensioen is uitgesteld loon. Geen contractbreuk.

  • Het behoud van de pensioennoemer 55, zowel voor het bepalen van de pensioendatum als van het pensioenbedrag.
  • Het behoud van de diplomabonificatie, zowel voor het bepalen van de pensioendatum als van het pensioenbedrag.

Tot slot

Ondertussen blijft in Vlaanderen de sociale kloof in het onderwijs erg groot, zoals blijkt uit de recente PISA-onderzoeken: We zijn wereldkampioen sociale ongelijkheid! Niet meteen iets om fier op te zijn. Het is nu aan het beleid om drastisch het onderwijsstuur om te gooien en vol voor nieuwe ideeën te gaan. Want die ideeën zijn er genoeg. Er is enkel een open geest nodig, een portie moed en vooral een warm hart voor onderwijs en iedereen die daar recht op heeft.

PVDA wenst alle leerkrachten een fijne, warme start.