Gerrit Wuestenbergs droom: “Geen kinderarmoede meer”

Vorige week in Solidair, nu online
Free Van Doorslaer

Een volksmens. Als die term op iemand van toepassing is, dan wel op Gerrit Wuestenberg. Op zijn eentje kent hij meer mensen dan alle anderen van de PVDA-groep van Landen samen. Sinds anderhalf jaar werkt hij met hen mee.


Gerrit werd dit jaar 52 en woont in Waasmont, dat deel uitmaakt van Landen. Zijn vader was een groenteboer en van jongs af aan was hij een helpende hand in de commerce en daardoor kende hij heel veel mensen. In 1975 begon hij als veertienjarige in de bouw te werken. “Ik ben een geboren en getogen bouwvakker, vertelt Gerrit, en ik moet zeggen dat ik heel hard gewerkt heb, maar nu ben ik op.” Gerrit heeft ook twee zware arbeidsongevallen gehad. Zijn dokter zei hem dat hij nu maar “de handrem moest optrekken”. Gerrit doet nu vrijwilligerswerk.

Waarom ik lid van de partij geworden been? Wel, ik zag Rudy en Vincent folders ronddragen en ik sprak hen aan. Het was de folder 'Ik ben geen melkkoe'. Wat ik te lezen kreeg sprak mij direct aan. “Dat is het!” zei ik, en vroeg of ik mocht meewerken. Ik kende de partij natuurlijk al langer vanop vakbondsbetogingen.” Enige dagen later zit Gerrit mee aan tafel van de PVDA-groep van Landen en neemt hij een lidkaart. Wanneer hij enige maanden later met zijn vrouw Treeske naar ManiFiesta trekt, twijfelt hij niet meer dat hij de goeie keuze gemaakt heeft. “Ik vond daar een fantastische sfeer: iedereen is er gelijk. Dat is het mooiste dat ik al meegemaakt heb.”

Gerrit is ook syndicaal afgevaardigde geweest voor zijn collega’s bouwvakkers. Als delegee volgde hij vormingen bij de vakbond. Uren besteedde hij aan het bestuderen van wetteksten en cao's, “Mijn baas was dan lastig omdat hij wist dat hij mij niks meer kon wijsmaken.” In het bedrijf zag hij er op toe dat de veiligheidsregels werden gevolgd. Ook verzette hij zich tegen discriminatie en uitbuiting van werkmakkers uit het voormalige Oostblok. “Een voorbeeld: als wij iets verkeerd gemetst hadden, moesten we het afbreken en opnieuw correct metsen. Wij bleven doorbetaald worden. Maar als zij iets verkeerds deden moesten ze het onbetaald afbreken en herstellen. Van die dingen. Die jongens zelf hadden schrik. Ik kwam dan tussen voor hen. Ik durfde mijn baas daarover aanspreken, beleefd, maar beslist.” Zo zette Gerrit zich heel zijn beroepsleven in voor zijn collega's, “en nu doe ik dat voor de partij.”
   
“Niet zo hevig!”
En aan de poorten van 'de Monroe' en 'de Volvo' in Sint-Truiden kennen ze hem ondertussen ook, want hij gaat er regelmatig de partijfolders uitdelen. “Ik vind die teksten zoals “Zonder werkvolk geen welvaart” echt de nagel op de kop. Als ge ziet wat voor schade het kapitaal de mensen aandoet... Sommige mensen moeten twintig keren beetgenomen worden voor ze inzien dat de partij het wél voor hen opneemt.” Zijn droom is dat er geen kinderen meer in armoede in dit landje moeten leven. “We zijn nu in 2013 en dan te moeten vaststellen dat er zoveel mensen moeten vechten om te overleven! Gisteren was ik nog in een gezin: mama ziek, man ziek, vier kindjes...  Ik had aardbeien mee, die hebben ze niet gegeten, maar 'gefret'.” Wel, ik wil mij inzetten samen met de partij dat het hier verandert in België. Ik ben een doordrijver. Mijn vrouw moet mij soms intomen, “niet zo hevig!” zegt ze dan.

In zijn fotoboek toont hij mij beelden van een samenkomst van motorrijders in Miami, USA. En overal aan de muren van de woonkamer hangen kralen en veren van indianen, een andere liefde van Gerrit. In een blauw schrift noteert hij gezegden die hem inspireren. Een ervan is het gekende citaat van het opperhoofd van de Cri-indianen: “Wanneer de laatste boom gerooid zal zijn, de laatste rivier vergiftigd is, de laatste vis gevangen, zal men vaststellen dat men geld niet kan opeten.”

Artikel op www.pvda.be