Herdenking XX-ste treinkonvooi actueel in huidig crisisklimaat

Sinds leden van de huidige regeringen en enkele partijvoorzitters openlijk het racisme relativeren en de polarisatie aanpoken is het meer dan nuttig stil te staan bij wat 74 jaar geleden gebeurde: jonge verzetsleden brachten het twintigste treinkonvooi dat pas vanuit Mechelen naar Auschwitz was vertrokken, tot stilstand, zodat 17 mensen konden ontsnappen. De anderen sprongen elders van de trein. Deze anti-fascistische heldendaad werd onlangs in Boortmeerbeek weer herdacht.

Het XX-ste treinkonvooi was een transport van vooral Joodse gevangenen naar Auschwitz. Drie jonge mannen dwongen op 19 april 1943 de trein in Boortmeerbeek te stoppen die even voordien in Mechelen vertrokken was. Op de trein zaten 1.636 mensen die door de nazi’s waren opgepakt. Gewapend met een revolver, een stormlamp en enkele tangen hielden Youra ‘Georges’ Livchitz, Robert Maistriau en Jean Franklemon de trein tegen. Livchitz, Maistriau en Franklemaon waren oud-klasgenoten van het Atheneum van Ukkel.

17 mensen konden ontsnappen uit een wagon die door Maistriau werd geopend. Zij kregen wat geld om de tram van Haacht naar Brussel te nemen om zich daar in veiligheid te brengen. Ook van omwonenden kregen ze hulp. Dat was niet zonder gevaar want ook hier werd er gecollaboreerd met de nazi’s.

Er bevonden zich ook Joodse dwangarbeiders van Organisation Todt onder de gevangenen. Die wisten wat de nazi’s van plan waren en hadden zich voorbereid om te ontsnappen door zagen, vijlen, tangen en ander materiaal te verstoppen onder het stro op de beestenwagons. Ze slaagden erin enkele wagons van binnenuit te openen. Wanneer de trein verder rijdt, springen nog tientallen gedeporteerden uit de wagons. In totaal konden 232 mensen ontsnappen uit de trein voor die de Duitse grens bereikte. 87 van hen werden weer opgepakt en op een volgend transport gezet, 26 mensen werden tijdens hun vlucht neergeschoten of overleefden de sprong uit de rijdende trein niet. 119 bleven uit de handen van de nazi’s. Nadien werd de bewaking van de transporten versterkt.

De jongste vluchteling was amper 11 jaar en heette Simon Gronowski. Ook Regine Krochmal, een achttienjarige verpleegster uit het verzet, kon ontkomen. Zij sprong in de buurt van Haacht uit de rijdende trein. Beiden hebben de oorlog overleefd. Albert Dumon, de machinist van de trein tussen Tienen en Tongeren, deed er alles aan om vluchten makkelijker te maken door te vertragen op plaatsen waar het eenvoudiger was om uit de rijdende trein te springen.

De trein kwam op 22 april in Auschwitz aan. Onder de resterende 1.395 weggevoerden bevinden zich 237 kinderen. Transport XX vervoerde ook de jongste van alle Joodse gedeporteerden. Suzanne Kaminsky was slechts enkele weken oud. Ze werd geboren op 11 maart 1943 en werd met de overgrote meerderheid van het transport onmiddellijk bij aankomst vermoord in de gaskamer van Auschwitz-Birkenau. Er werden tijdens de selectie bij aankomst slechts 521 stamnummers toegekend die toegang gaven tot het werkkamp. Van de mensen die nummers kregen zouden er slechts 152 de oorlog overleven. De overige gedeporteerden verdwijnen zonder ook maar één enkel spoor na te laten.

Danny Carleer, Free Van Doorslaer

Foto's: Raf Degeest
 

Bronnen:

Twintigste treinkonvooi (routeyou.com)
Twintigste treinkonvooi (nl.wikipedia.org)
Twintigste treinkonvooi (wikipedia.org)
De overval op het XXe Konvooi (faro.be)