M-decreet is geen vernieuwing, maar een besparingsregel

In september van dit schooljaar ging het M-decreet in voege. Een grote vernieuwing, zo werd het toch genoemd. Maar eigenlijk ging het over een besparingsmaatregel. Dat blijkt duidelijk na een eerste trimester. En tegelijk is er nog steeds niet de juiste ondersteuning die scholen nodig hebben om echt aan inclusie te kunnen doen.

Een andere visie op beperking

In 2009 ondertekende en ratificeerde Vlaanderen het VN-verdrag van 13 december 2006 inzake de rechten van personen met een handicap.

Handicap wordt in het verdrag niet gezien als een individueel probleem, maar als dat wat personen belet om volwaardig en daadwerkelijk deel te nemen aan de samenleving op voet van gelijkheid met andere personen. Handicap wordt dus gezien als een wisselwerking tussen een persoon met een beperking en de obstakels waarmee de samenleving hem of haar confronteert.

Artikel 24 van dit verdrag geeft aan personen met een handicap het recht op toegang tot het algemeen onderwijssysteem, maar het geeft hen ook waarborgen dat dit recht kan uitgevoerd worden. En dit legt de Vlaamse regering de verplichting op om aan personen met een handicap de waarborg te geven dat er in de scholen redelijke aanpassingen gebeuren naargelang hun behoeften en dat zij de nodige ondersteuning krijgen om hun effectieve deelname aan het onderwijs te vergemakkelijken. Bovendien legt artikel 24 aan de Vlaamse regering ook de verplichting op om de nodige maatregelen te nemen om leraren op te leiden in het omgaan met personen met een beperking.

Het M-decreet

De Vlaamse regering heeft er bijna tien jaar over gedaan om tot een decreet te komen dat uitvoering moest geven aan de door het VN-verdrag opgelegde verplichtingen.

In heel wat “gewone” scholen is er de laatste jaren  al heel wat gepresteerd en hebben leraren en medewerkers al enige expertise ontwikkeld in het omgaan met kinderen met een beperking. Dit wordt nu door het M-decreet wettelijk verankerd en verplicht.

Het M-decreet heeft een lange lijdensweg gekend en ondertussen werd verwaarloosd een strategie

uit te werken om een draagvlak hiervoor te creëren. Door het getalm en de onduidelijkheid over de manier waarop het zou gerealiseerd worden en over de middelen die ervoor zouden zijn, nam de weerstand toe. Er werd te weinig aandacht besteed aan de ontwikkeling van een globale visie op inclusief onderwijs, op de organisatie ervan, op de prioriteiten bij het besteden van financiële middelen.

Besparingsmaatregel

Het  M-decreet werd ingevoerd in een context van besparingen. Er worden veel te weinig middelen voorzien voor de uitrusting van scholen, voor de ondersteuning en opleiding van leraren … Hoogstens enkele budgettaire verschuivingen tussen buitengewoon en gewoon onderwijs. De zogenaamde (pre-)waarborgregeling voor het buitengewoon onderwijs voorziet dat 180 buo-personeelsleden kunnen ingezet worden om 3000 scholen (en hun leraren) in het gewoon basisonderwijs te ondersteunen.
Voor de extra leerlingen met bijzondere noden die in het gewoon onderwijs zullen les volgen, voor de extra zorg of de aanpassingen die zij nodig hebben,  zijn er echter geen financiële middelen voorzien, zodat het M-decreet toch een besparingsmaatregel wordt.

 De al jaren door besparingen getroffen Centra voor Leerlingenbegeleiding krijgen er extra-taken (maar geen extra-middelen) bij voor het opmaken van verslagen en de coördinatie van overleg tussen scholen en ouders.

Streven naar inclusie is onmogelijk als tegelijk heel het onderwijs getroffen wordt door steeds nieuwe besparingen. Het ziet er niet naar uit dat de Vlaamse regering in deze context de verplichtingen kan nakomen die door artikel 24 van het VN-verdrag worden opgelegd.

Alle onderwijs inclusief onderwijs

We zijn voor een inclusief onderwijs, waarbij zoveel mogelijk kinderen met een beperking het gewone onderwijs kunnen volgen samen met andere kinderen. Met voldoende middelen moet een onderwijsorganisatie mogelijk zijn, waar elk kind de zorg en begeleiding krijgt die het nodig heeft.  

Scholen met kleinere klassen, meer personeel, meer mogelijkheden tot differentiëren, voor begeleiding van leerlingen op maat, minder administratieve planlast, minder druk van leerplannen, meer interdisciplinair overleg in en buiten de school ….

Dit vereist ook voldoende opgeleid personeel en specialisten (psychologen, orthopedagogen, logopedisten, verpleegkundigen, …), die de kinderen kunnen bijstaan in een gewone school. En de leraren moeten permanent kunnen beroep doen op ondersteuning en wetenschappelijk gefundeerde bijscholing.  Om dit mogelijk te maken zouden alle scholen over dezelfde omkadering en de middelen moeten beschikken als de huidige scholen voor buitengewoon onderwijs.

Buitengewoon onderwijs blijft nodig

Natuurlijk blijft er daarnaast buitengewoon onderwijs nodig bv. voor kinderen met zware motorische en/of mentale beperkingen of om gedurende korte tijd bepaalde hulpmiddelen en technieken aan te leren om in het gewone onderwijs mee te kunnen (bv. braille voor blinde kinderen e.d.). Maar deze scholen moeten (over de netten heen) kunnen opereren   in nauwe structurele samenwerking  en integratie met scholen voor gewoon onderwijs. Bovendien moet het mogelijk zijn dat kinderen met zware beperkingen heel hun schoolloopbaan in het buitengewoon onderwijs blijven.

Tags: 
M-decreet