Onze normen en waarden: die van de markt

Het gaat de laatste tijd nogal vaak over ‘onze normen en waarden’. En hoe die beter zijn dan die van een ander. Ik heb dat altijd een beetje een vreemd begrip gevonden, ‘onze’ normen en waarden. Vooral omdat ik niet zo goed weet waar die ‘ons’ dan precies op slaat. Maar ik probeer toch even.

Ik leerde bijvoorbeeld recentelijk dat een boerka geen deel uitmaakt van onze normen en waarden. Laat staan een burkini. Dat zijn de normen en waarden van een andere cultuur. Dit weekend was het Pukkelpop, en heel wat jongeren vonden het nodig om daar hun (pasgekochte?) opwerptent achter te laten. ‘zijn dat dan onze normen en waarden?’ vroeg ik me luidop af tijdens het lezen van de krant. Ja, eigenlijk wel. Want als er iets is dat overal aanwezig is in onze westerse samenleving dan is het wel reclame, die ons aanleert om te consumeren – en om weg te werpen. Wat je huidskleur of religie ook is, ontkomen doe je er niet aan.

Ik loop nu 28 jaar rond op deze wereld. En al is dat geen reusachtig lange periode, het geeft me toch wat inzicht op hoe deze samenleving vierkant draait. Ik heb de overgang van de walkman naar de discman, over de mp3-speler tot de smartphone meegemaakt. Dat is vooruitgang, het moet gezegd. Maar waar die walkman was gekocht om een mensenleven mee te gaan, is de smartphone nu een gadget dat al snel wordt ingewisseld voor een nieuwer model. Ik ben leerkracht, en ik zie dagelijks hoe mijn leerlingen een olifantenvel moeten kweken om te durven rondlopen met een ouder model van GSM. Hoe we aangeleerd krijgen dat enkel het nieuwste van het nieuwste ons tot zelfontplooiing zal brengen.

Als ik onze kranten lees en naar de televisie kijk, dan moet ik wel geloven dat onze normen en waarden er zijn van eeuwig vertier, van verspilzucht en van consumptiedrang. Omgeven door reclame, wordt ons ingeprent dat consumeren ons gelukkig zal maken, dat een extra paar schoenen niet zou misstaan in onze kast. Als je ze beu bent, gooi je ze toch gewoon weg. ‘ze kostten toch maar 15 euro!’

Die normen en waarden houden ook in dat kleren best in Bangladesh worden gemaakt door kinderhandjes, om hier in het rijke westen voor weinig geld te worden verkocht en dan, als we ze beu zijn in de vuilnisbak worden gekieperd. Die normen en waarden leren ons dat vrouwen best op hoge hakken rondlopen, liefst met zo weinig mogelijk kledij.

Die normen en waarden zijn deel van een cultuur. Van een samenleving waarin grote multinationals de plak zwaaien. Waar de winsten van een bedrijf vooropstaan, waar het dogma van de vrije markt welig tiert. Waar jongeren wordt aangeleerd dat een opwerptent eigenlijk een wegwerptent is. En dan zijn wij verbaasd over Pukkelpop?

Begrijp mij niet verkeerd, ik vind het walgelijk dat mensen een tent achterlaten op gelijk welk openbaar terrein. En ik ben persoonlijk best in staat om dat niet te doen. Maar verbaasd ben ik niet. Want het wegwerpen van een tent past perfect binnen het normen en waardenkader dat we krijgen aangeleerd.

Dus laten we, voor we GAS-boetes uitdelen en onze verontwaardiging spuwen, de oorzaken van het probleem erkennen. En laten we, voor we ‘onze’ normen en waarden bejubelen als vooruitstrevend en ontwikkeld, ze ernstig in vraag stellen. Want eerlijk? Ik ben echt minder verontrust over een vrouw die haar armen en benen bedekt op het strand dan over kinderen die in Bangladesh onder de meest erbarmelijke omstandigheden te werk worden gesteld. Dit hoeven niet onze normen en waarden te zijn. Wij hoeven niet mee te stappen in de godsdienst van de markt. Want die god van de markt is niet zo goed en almachtig als ze ons willen doen geloven. Uiteindelijk verdedigt hij – net als al die andere goden trouwens – de belangen van de machtigen der aarde.