Onderwijs

Onderwijs

Onderwijs is net als gezondheidszorg, wonen en werk een basisrecht.
De overheid heeft dan ook de plicht voor iedereen onderwijs te garanderen zonder financiële of andere drempels.
Onderwijs moet de talenten van onze kinderen aanboren en ontwikkelen, hen kennis bijbrengen om de wereld te begrijpen, hen kritisch en weerbaar maken om die wereld beter te maken, hun creativiteit en vindingrijkheid stimuleren om aan de uitdagingen van morgen te werken.
Onderwijs moet de hefboom zijn voor emancipatie en sociale gelijkheid.

• Schoolgaan moet echt gratis zijn.
• Werk de ongelijkheid weg.
• Maak werk van een brede school.
• Vertrouwenspersoon in elke school.

Schoolgaan moet echt gratis zijn.

Voor de PVDA moet het leerplichtonderwijs – kleuter-, lager én secundair onderwijs – kosteloos zijn, zoals het in de Grondwet staat. Het onderwijsbudget in ons land moet opgetrokken worden naar 7 procent van het bbp, zoals dat in de jaren 1980 nog het geval was. Voor de PVDA is de herfinanciering van het onderwijs een van de posten waar een hoge prioriteit aan gegeven moet worden.

Ons onderwijs is te duur. Elk kind in de lager school kost jaarlijks gemiddeld tussen 350 en 520 euro. In het secundair loopt die factuur op tot 1100 à 1600 euro. Heel wat Vilvoordse gezinnen hebben problemen om de schoolrekeningen te betalen. Middagverblijf en voor- en naschoolse opvang dikken die factuur nog aan. De stad moet deze diensten subsidiëren.

De kinderarmoede in onze stad is hoog. De verhalen over lege brooddozen zijn welbekend. Dat kunnen we relatief eenvoudig oplossen met gezonde en voedzame maaltijden op school voor iedereen, zonder stigmatisering van de kinderen uit arme gezinnen. Het kan deel uitmaken van de lessen om met de leerlingen samen te koken. Verschillende eetculturen uitwisselen kan ook de verbinding tussen leerlingen, ouders en schoolteam bevorderen.

Werk de ongelijkheid weg.

De Vlaamse school is de school van de ongelijkheid. Ons onderwijs is de kampioen in het reproduceren van de sociale ongelijkheid. Niet talent en doorzettingsvermogen bepalen je schoolloopbaan en je positie in de samenleving daarna, maar je afkomst. Leerlingen uit kansarme gezinnen zijn oververtegenwoordigd in de statistieken van schoolse vertraging en schooluitval.

Op het einde van het lager onderwijs heeft meer dan een derde van de leerlingen in de Vilvoordse scholen minstens één jaar schoolse vertraging. Dat is bijna het dubbele van Vlaanderen en het hoogst van alle andere vergelijkbare steden. Van alle leerlingen haalt één op vijf geen diploma secundair onderwijs en in tegenstelling tot de meeste andere steden verbetert die situatie niet in Vilvoorde. De sociale ongelijkheid op school wordt sterk in de hand gewerkt door de schoolse segregatie: arme en rijke concentratiescholen bestaan naast elkaar. De sociale segregatie in de scholen is groter dan die in de wijken.

Er is een doortastend beleid nodig om die kloof af te bouwen. We willen een school waar alle kinderen slagen, ook zij die het thuis sociaal en financieel moeilijker hebben. Alle kinderen moeten op school de nodige hulp krijgen, in kleine klassen met goed opgeleid personeel, zodat zittenblijven vermeden kan worden.

Vroegtijdige opsplitsing, vanaf de leeftijd van 12 jaar, in hiërarchische studierichtingen, werkt de sociale selectie in de hand. Zoals veel onderwijsspecialisten pleit ook de PVDA voor een langere gemeenschappelijke basisvorming – tot 16 jaar – en een latere studiekeuze. Met een lange ‘gemeenschappelijke stam’ kunnen we iedereen een veelzijdige vorming aanbieden. Een latere studiekeuze zal een rijpere studiekeuze zijn. Ze zal minder dan vandaag bepaald zijn door de sociale afkomst.

De problemen zijn zeer ongelijk verdeeld. Er zijn scholen waar acht op de tien leerlingen kansarm zijn, terwijl andere scholen nauwelijks kansarme kinderen hebben. De sociale segregatie is nog nooit zo groot geweest. We pleiten voor een inschrijvingsbeleid waarbij de overheid elk kind een plaats garandeert in een gemakkelijk toegankelijke en sociaal gemengde school. Om kampeertoestanden te vermijden, moeten alle scholen meewerken aan het Centraal Aanmeldingsregister (CAR). Momenteel treden scholen vrijwillig toe tot het CAR.

Bovenop kansarmoede is taalachterstand een belangrijke reden voor de schooluitval en leerachterstand. Het stadsbestuur kan daar veel meer op inzetten dan nu het geval is. De stad moet aan de scholen ondersteuning bieden door te voorzien in voldoende extra-leerkrachten en gespecialiseerd personeel voor leerlingen die dreigen af te haken, voor leerlingen met taalachterstand en voor leerlingen met leerproblemen en leerstoornissen.

Maak werk van een brede school.

It takes a village to raise a child. Het concept ’brede school’ sluit daar op aan. Een brede school is ingebed in de wijk en de wijk is ingebed in de school, cultuur- en sportaanbod worden in en rond de school aangeboden en de school staat open voor de verenigingen uit de buurt. Er is een brede schoolwerking die is ingeplant in de wijk.

Kinderen en jongeren krijgen er kwaliteitsonderwijs en leggen er de basis voor een leven lang leren. Rond de school ontwikkelt zich een intens sociaal leven, vanaf het moment dat de kinderen hun eerste stapjes door de grote schoolpoort zetten tot het moment dat een van de ouders ’s avonds in de lokalen een cursus gaat volgen of aan sport komt doen. Misschien kan je in het schoolgebouw terecht voor je boeken omdat er een afdeling van de bibliotheek gevestigd is. De school is ook de plaats waar je ’s woensdags of in het weekend les volgt in muziek, woord, dans of media … Of misschien wonen de grootouders in een serviceflat die de gemeente boven de klaslokalen gebouwd heeft, omdat ze bewust gekozen heeft voor een multifunctioneel bouwproject. De school als ‘ons dorp’.

Vertrouwenspersoon in elke school.

Kinderen en jongeren hebben nood aan een vertrouwenspersoon op school waar ze met hun persoonlijke problemen terecht kunnen.
Deze vertrouwenspersoon dient op discrete wijze, kinderen en jongeren te ondersteunen en verschaft hun advies over hoe om te gaan met de diverse problemen.
De vertrouwenspersoon onderhoudt ook contacten met de ouders, de werkingen binnen het wijkcentrum (zie onderdeel ‘wijkcentrum in elke wijk’) en de wijkagent (zie onderdeel ‘veiligheid: herwaardeer de wijkagent’) om problemen die groter zijn dan het kind aan te pakken.

  1. Stad Zonder Armoede
  2. Diversiteit Zonder Racisme
  3. Veilige Stad
  4. Wonen Is Een Recht
  5. Mobiliteit

1 reactie

Dit is jouw beweging